Jeroen Verbeek: ‘We zijn niet over één nacht ijs gegaan’

By 28 februari 2018 artikel

In opdracht van de samenwerkende gemeenten en de Provincie Limburg werd bureau Verbeek landschapsarchitectuur / ecologie / stedelijk ontwerp uit Maastricht gevraagd meerdere tracévarianten voor de Trambaanfietsroute te onderzoeken. ‘Bij ons onderzoek zijn we niet over één nacht ijs gegaan’, benadrukt Jeroen Verbeek.

 

‘Het was niet zo dat wij op voorhand de keuze van het tracé moesten bepalen. Het ging er om de overwegingen in kaart te brengen om vanuit natuur- en landschapsperspectief en cultuurhistorie een mogelijk tracé te bepalen.’

Foto: Luc Lodder

Functionele eisen 

Bij het onderzoek moest het bureau onder meer met functionele eisen rekening houden, zoals de oversteekbaarheid van de Rijksweg en de wens dat de route zo vlak mogelijk moet zijn. Verbeek geeft aan dat het cultuurhistorisch oogpunt bij het bepalen van een dergelijk tracé belangrijk is. ‘Kun je van een trambaanfietsroute spreken, wanneer je teveel van het tracé afwijkt? Blijkt dit inderdaad het geval, hoe ga je daar dan mee om?

Eigen laag

Verbeek is blij met de opdracht. ‘Het is een mooie klus. Een spoorlijn die in het landschap is verdwenen, maakt het heel fascinerend. Het is een uitdaging om daar een nieuwe betekenis aan te geven.’ Nu leert de geschiedenis ons dat alles in het landschap wat niet van economische waarde is op een gegeven moment verdwijnt.

‘Het cultuurlandschap van Zuid-Limburg is door de mens ingericht, hij heeft het naar zijn hand gezet. In Zuid-Limburg heeft dit iets heel moois opgeleverd.  De spoorlijn moet je zien als een eigen laag van de geschiedenis, die de mens aan het landschap heeft toegevoegd. In Duitsland en België zijn van spoorlijnen al eerder fietsroutes gemaakt. Ik vind het fantastisch zo een oude structuur weer naar boven te brengen.

Zachte recreatie

Jeroen Verbeek beaamt dat veranderingen emotie oproepen, ook het in het geval van de aanleg van de Trambaanfietsroute . ‘Dat begrijp ik en ik wil het ook niet bagatelliseren’,  benadrukt hij. Maar dit project is naar onze mening passend bij het karakter van het landschap. Het gaat om zachte recreatie en dat is wel belangrijk voor de beeldvorming. Het wordt geen tracé voor brommers of wielrenners, het is bedoeld voor familie-uitjes of ouderen van dagen op de fiets.

Nu lagen sommige stukken van het tracé sneller vast dan andere gedeelten. Aan het stuk tussen Gulpen en Aken zijn de nodige studies voorafgegaan. ‘Voor meerdere delen uit het tracé hebben we veelvuldig opties bekeken. We hebben elke tracédeel uitvoerig en heel zorgvuldig bekeken om te zien wat je tegenkomt. Daarbij hebben we ons telkens de vraag gesteld wat zwaarder weegt. De cultuurhistorie of de natuurwaarden? Op bepaalde plekken hebben we de natuurwaarde ontzien en de route omgelegd. Het is een heel gewogen proces geweest.’

X