Een trambaan met schitterende vergezichten

By 29 november 2017 artikel

We schrijven 8 augustus, een aangename zomerdag in 1932. Vandaag maak ik voor het eerst in mijn leven een ritje met de tram. De stoomtram van Aken naar Maastricht. Een tocht van dik 26 kilometer, met liefst 18 halteplaatsen en door een bijzonder stukje Zuid-Limburg. Ik verheug me op de vergezichten, de achttien stops en mijn medereizigers. Zijn ze net zo nieuwsgierig als ik? Vast wel.

 

Opstappen aan de Prins Bernhardstraat in Vaals

Omdat de plek waar ik vertrek ook mijn eindbestemming is, koop ik een retourtje op het station aan de Prins Bernhardstraat in Vaals. Voor mijn gevoel ga ik op vakantie naar Verweggistan, zo spannend vind ik het. Onze eerste halteplaats is Lemiers, waar we over een talud de laagte van de Zieversbeek oversteken. Ik kijk mijn ogen uit! Echt snel gaat het niet, maar dat vind ik helemaal niet erg. Nu geniet ik nog meer van het prachtige heuvellandschap, dat zo typisch is voor het zuiden van Limburg.

Het talud over het Selzerbeekerdal

De meneer op het bankje tegenover mij steekt een sigaar op en blaast kringetjes rook in de lucht. De conducteur vraagt om mijn kaartje. De tram mindert vaart. Station Mamelis. Na een korte stop vervolgen we de rit naar Nijswiller. Nu wordt het spannend. De Rijksweg tussen Nijswiller en Wahlwiller is te steil voor een stoomtram en dus worden we in het Selzerbeekdal over een talud aan de noordzijde van de heuvel van de Rijksweg geleid.

De halte na Wahwiller is Sinselbeek. “Daar ligt één van de drie losplaatsen, die we op het traject tegenkomen”, zo vertelt de meneer met sigaar. Bij iedere halteplaats stapt een handjevol reizigers in. De tram is ondertussen gezellig vol. Er is bijna geen lege plek meer over.

Langs de Geul richting Gulpen

Ondertussen kruisen we bij kasteel Wittem de Geul en zet de tram koers richting Wijlre. De meneer op het bankje drukt zijn sigaar uit en vertelt dat, om bij station Wijlre te komen, de tram via een talud achtereenvolgens de Geul, de Wittemer Allee en de Eyserbeek kruist. Het landschap dat aan ons voorbij schiet wordt nog mooier, wanneer de tram Kasteel Cartils passeert en bij station Wijlre halthoudt, bij de spoorlijn Aken-Maastricht. In Gulpen passeert de tram de locomotievenloods. Mijn reis kan niet meer stuk. Hoewel ik hier heel graag een kijkje had willen nemen.

Ondertussen rijdt de tram een steeds hoger wordend talud op van – naar ik schat – minstens 700 meter. Aan de zuidzijde schittert kasteel Neuborg in de zon. Bij het lager gelegen Reijmerstok ligt een viaduct van liefst tien meter hoog en een losplaats. Na een korte stop tuffen we richting Margraten. Maastricht- onze eindbestemming – komt steeds dichterbij. Zover is het nog niet.

Het laatste stukje naar Maastricht

Bij kasteel Blankenberg wijkt de trambaan naar het zuiden af en gaat met een bocht door het laagste punt van de Rijksweg. We komen aan bij Cadier en Keer. Alleen Bemelen en Heer scheiden ons van de eindbestemming, het verderop gelegen Maastricht. Op weg naar de provinciehoofdstad verhaalt mijn medepassagier over de halte Bogman in de buurt van Berg. Naar verluidt maakte de NS-directie bezwaar tegen de kruising van de treinsporen en was het LTM-emplacement aan de Heerderweg in eerste instantie het eindpunt. Maar dat plan werd uiteindelijk in de kiem gesmoord.

We mogen nog even verder tot de laatste halteplaats, voorzijde van station Maastricht. Rechts van de hoofdingang stapt iedereen uit, mezelf uitgezonderd. Ik blijf zitten voor een minstens net zo fraaie terugreis.

Wat rest zijn herinneringen en boeiende verhalen

Anno 2017 is deze unieke route met de stoomtram door het Limburgse heuvellandschap en met zijn vele fraaie vergezichten onderweg, een stuk historie. Wat vandaag de dag rest zijn de herinneringen en boeiende verhalen van reizigers en de mensen die langs het traject wonen.

X